Urgenties

De urgentiecodes

Op de huisartsenpost wordt gebruik gemaakt van verschillende urgentiecodes. U0 tot en met U5. Wanneer je een (volledige) triage hebt gedaan kom je uiteindelijk op een urgentie. Het huisartsenpostinformatiesysteem is een hulpmiddel om tot een urgentie te komen. De urgentie kan op basis van kennis en kunde toch anders zijn dan dat je verwacht. Soms moet je de urgentie verhogen of verlagen op basis van het hele verhaal/de situatie. Volg hierin altijd de post specifieke afspraken. Mag je zelf afschalen? Mag je zelf opschalen? Over het algemeen geldt: Opschalen mag zonder overleg als je een hele goede rede hebt en deze ook noteert in het huisartsenpost huisartseninformatiesysteem. Afschalen mag niet zonder overleg. Wanneer je hebt overlegd is het van belang te noteren met wie en wat de uitkomst van het overleg is.

Nu volgt de uitleg over de verschillende urgenties:

 Ondanks dat 112 voor levensbedreigende situaties is, bestaat de kans dat de melder de huisartsenspoedpost belt. Bij hoog urgent(U0,U1) telt elke seconde, dan ga je zo snel mogelijk over op het inzetten van een actie. Je gespreksmodel stopt dan na NAW gegevens, maar het gesprek stopt niet. In geval van een reanimatie is het adres waar de patiënt op het moment van de reanimatie is het belangrijkste! Vraag een collega de meldkamer te bellen en start zelf wanneer het een reanimatie is de reanimatie op. 

In geval van een reanimatie is er geen circulatie en is de patiënt bewusteloos. Het kan zijn dat wanneer de circulatie stopt dat iemand nog bewegingen maakt met de mond en dat er nog geluid gemaakt wordt wat lijkt op (ab)normaal ademen. De reflex om adem te halen wordt door geen of verminderde bloed- en zuurstoftoevoer naar de hersenen steeds minder. Voorbeelden van ademhalingen tijdens de reanimatie of sterffase zijn Cheyne-Stokes en Agonale ademhaling. Bij een Kussmaul ademhaling, hypoventilatie, apneu zijn meer factoren waar je rekening mee moet houden voordat je een reanimatie opstart. Belangrijk is telefonisch: Bewusteloos en geen of nauwelijks of abnormale ademhaling is opstarten reanimatie.

Wanneer je tijdens triage uitkomt op een U1 betekent dit dat je verwacht dat er vitale functies instabiel zijn.

Vijf voorbeelden van een U1:

  • Beklemmende/drukkende pijn op de borst, > 40 jaar, korter dan 12 uur
  • Hevige buikpijn en vegetatie verschijnselen
  • Hevig benauwd, spreekt minder dan 5 woorden achter elkaar
  • Hevige rugpijn, verdacht voor aneurysma en ouder dan 40 jaar
  • Neurologische uitval, niet door hernia, korter dan 12 uur

Niet alle voorbeelden worden in dit hoofdstuk behandeld. Bij uitkomst U1 is het van belang dat je snel handelt. Waar is de patiënt op dit moment? Wie is de beste zorgverlener? Wanneer de huisarts de meest passende zorg levert is de inzet van de huisarts mogelijk. Wanneer de huisarts een visite U1 gaat rijden wordt er bij de meldkamer ambulance een ritnummer aangevraagd. Belangrijk is om te weten wie de aanvraag van het ritnummer doet.

Wanneer je de ambulance inzet is het belangrijk om gestructureerd over te dragen naar de meldkamer:

  1. Bel het nummer van de meldkamer (spoed)
  2. Noem je naam en functie dat je een ambulance in wil zetten
  3. Geef de postcode en het huisnummer
  4. Bevestig de straatnaam als de centralist deze noemt
  5. Geef de achternaam en de geboortedatum
  6. Geef aan waarom je de ambulance inzet
  7. Geef het telefoonnummer waarop de melder of patiënt bereikbaar is als de centralist daar om vraagt
  8. Bedank de centralist voor de inzet

Wanneer je tijdens je triage uitkomt op een U2 zijn er een aantal zaken belangrijk. Een U2 wil zeggen dat je verwacht dat er op korte termijn een serieus probleem ontstaat als er niet beoordeeld wordt door een zorgprofessional. Beoordeling vind zo snel als mogelijk plaats, in ieder geval binnen een uur.

  • Klopt de urgentie bij het volledige verhaal?
  • Is het te verwachten dat de vitale functies bedreigd zijn?
  • Verwacht je achteruitgang binnen een uur?
  • Is de pijn echt hevig? Hevige pijn betekent een pijn die alles overheersend is.
  • Is het veilig dat de patiënt naar de huisartsenpost komt? Wanneer het medisch noodzakelijk is dat de huisarts een visite rijdt overleg je dit met de regie-arts of verantwoordelijk huisarts.

Vijf voorbeelden van een U2:

  • Koorts en ernstig zieke indruk volwassene
  • Algehele malaise en apathisch (AVPU, niet alert)
  • Hevige onbekende hoofdpijn
  • Rectale klachten en hevig rectaal bloedverlies
  • Trauma extremiteit en amputatie vinger/teen

Wanneer je een U3 scoort is het nog belangrijker om na te denken. Een U3 betekent een reële kans op schade op korte termijn. Verwacht je dit ook echt? Wanneer je dit niet verwacht overleg dan met de regie-arts of verantwoordelijk huisarts wat het beste is voor deze patiënt.

Vijf voorbeelden van een U3:

  • Trauma extremiteit, hevige pijn. Hevige pijn is een alles overheersende pijn.
  • Oogklachten, wazig zien (Let op, wat zijn de overige klachten? Is het één oog of beide ogen?)
  • Urinewegklachten en (vermoedelijk) koorts
  • Hoesten met zieke indruk
  • Hevig duizelig zonder verdere alarmsignalen

U4 urgenties worden alleen in het weekend gezien als je verwacht dat de klacht niet kan wachten tot de eigen huisartsenpraktijk weer open is. Een U4 hoort in principe thuis bij de eigen huisarts. Belangrijk is om na te denken of de urgentie verhoogd moet worden naar een U3. Wanneer je inschat dat de U3 urgentie meer passend is motiveer je dit te allen tijde in je registratie.

Vijf voorbeelden van een U4:

  • Trauma extremiteit en niet normaal kunnen gebruiken. (Direct na trauma! Het is normaal wanneer je bijvoorbeeld je enkel verzwikt dat in eerste instantie de klachten nog wel dragelijk waren. Wanneer je rust hebt gehouden kan de pijn opeens vervelend zijn en de functie beperkt.)
  • Vreemd gedrag, verward lange tijd/ zorg mijdend en wil nu hulp
  • Wond, indicatie tetanustoxoïd
  • Huidklachten, hevige jeuk
  • Teek >24 uur vastgezeten

Advies geven bij een U5 is topsport. In eerste instantie zal dit een uitdaging zijn. Op www.thuisarts.nl zijn bijna alle adviezen te vinden. Het is belangrijk om een daadkrachtig zelfzorgadvies te geven zonder twijfel in je bewoordingen. Zonder twijfel de patiënt te woord staan, kan alleen als je de triage zorgvuldig hebt gedaan. Als de patiënt merkt dat je twijfelt, kan deze in de weerstand schieten en krijg je vervelende situaties aan de telefoon. 

Veel voorkomende zelfzorgadviezen zijn:

Wees voorbereid op het geven van een advies.

  1. Wat is het advies?
  2. Moet er pijnstilling gestart worden?
  3. Welke pijnstilling en dosering is veilig voor de patiënt?
  4. Wanneer verwacht je dat de patiënt opnieuw contact opneemt? (Alarmsignalen, vangnetadvies)

Wanneer je het gesprek afrondt, is het te allen tijde belangrijk de verantwoording terug te leggen bij de patiënt en duidelijke instructie(s) mee te geven aan de patiënt. Bij iedere actie geeft je een vangnetadvies. Natuurlijk is iedere situatie anders en is het ook belangrijk dat je een ‘logisch’ vangnetadvies meegeeft. Bij hoge urgenties is het vangnetadvies gericht op de mogelijke ontwikkeling van symptomen tot er hulpverlening geboden is. Bij lagere urgenties is het vangnetadvies gericht op uitleg richting patiënt zodat de patiënt zelf weet en kan inschatten wanneer opnieuw contact met de huisarts of huisartsenspoedpost noodzakelijk is. 

 

Scroll naar boven